>>

Normalisatie, certificering & accreditatie

Het onderwerp van de focusgroep Normalisatie, certificering & accreditatie betreft vormen van regulering waarbij technische normen en beoordelingen een rol spelen binnen regelsystemen die zowel publiek- als privaatrechtelijke kenmerken kunnen hebben.

Normalisatie (of standaardisatie) is het proces waarbij belanghebbende partijen vrijwillig en op basis van consensus afspraken maken over technische standaarden voor producten, diensten of processen – met name om de aansluiting daartussen te bevorderen.

 

Certificering (of conformiteitsbeoordeling) is de vaststelling door een erkende deskundige (instelling) dat een product, proces, systeem of de vakbekwaamheid van een persoon voldoet aan (in conformiteit is met) vooraf gestelde eisen – zoals eisen neergelegd in normalisatienormen.

 

Accreditatie is de beoordeling resp. erkenning van de competentie, zowel in de zin van onpartijdigheid en onafhankelijkheid als van technische competentie van conformiteitverklarende (lees certificerende) personen of instellingen, alsmede van het managementsysteem dat hen daarbij ondersteunt.

Achtergrond

Als vorm van private regulering op markten hebben normalisatie, certificering en accreditatie reeds een lange historie. Hun belang is in de afgelopen 20-30 jaar echter enorm toegenomen. Dat hangt enerzijds samen met economische globalisering, die gepaard ging met het ontstaan van (vervlochten) productieketens tussen ondernemingen uit vele landen, over (bijna) alle continenten. Anderzijds was sprake van een belangrijke verschuiving van government naar governance en de opkomst van ‘regulatory states’ waarvan overheden op grote schaal de regulering van publieke belangen (al dan niet ‘geconditioneerd’) hebben ‘overgelaten’ aan private actoren (t.w. marktpartijen of NGO’s). De opkomst in de Europese Unie van de Nieuwe Aanpakrichtlijnen in de jaren negentig waarin globaal wordt omschreven aan welke eisen producten moeten voldoen en de invulling geschiedt door middel van Europese geharmoniseerde normalisatienormen getuigt hier bijvoorbeeld van.

In onderlinge samenhang beschouwd is certificering juridisch gezien het eerste aanknopingspunt, omdat hier (in publiek- of privaatrechtelijke zin) juridische posities en relaties worden bepaald (zoals door wel of niet een certificaat te verlenen). Die posities en relaties worden inhoudelijk in belangrijke mate genormeerd door normalisatienormen, terwijl het vertrouwen in de juistheid en de naleving van die normen in belangrijke mate berust op accreditatie van certificering waarbij normalisatienormen worden toegepast.

Zowel in termen van het goed functioneren van markten (in relaties tussen bedrijven onderling, ‘en tussen bedrijven en consumenten; via eerlijke mededinging en deugdelijke consumentenbescherming), als in termen van de borging van specifieke publieke belangen (zoals voedsel- en bouwveiligheid, energie-efficiëntie en milieubescherming) is het functioneren van certificering – in samenhang met normalisatie en accreditatie – van groot maatschappelijk belang (uit een oogpunt van borging van welvaart en welzijn), alsook van wetenschappelijk belang (uit een oogpunt van de transitie van technische naar juridische normen en juridische methoden van ontwerp en borging van betrokken belangen).

Governance-perspectief

Vanuit governance-perspectief rijzen met name vragen in de sfeer van de rol van de overheid bij het functioneren van voornoemde regimes. Moet de overheid hier handelen uit (vermeend) marktfalen en in welke mate kan overheidsingrijpen gepaard gaan met het toepassen van vormen van netwerksturing (zoals met NGO’s als normalisatie-organisaties, of als certificeerders) en/of van marktsturing (met concurrerende conformiteitsbeoordelaars, zoals credit rating agencies).

Juridisch speelt de vraag of en hoe posities van belanghebbende zijn resp. behoren te zijn genormeerd en welke reguleringsvormen (private regulering, zelfregulering, hybride regulering, overheidsregulering) hiervoor geschikt zijn – zowel in termen van legitimiteit als effectiviteit.  Law & Governance komen bij dergelijke vragen samen rond vormen van ‘regulatory governance’ die zowel gekarakteriseerd worden door multi-actor als een multi-level relaties, door betrokkenheid van zowel publieke als private partijen en schakels van normstelling en handhaving op verschillende niveaus, internationaal, transnationaal en nationaal.

Organisatie

De NILG-focusgroep normalisatie, certificering en accreditatie, wordt getrokken vanuit:

–    De Vrije Universiteit Amsterdam (Richard Neerhof);
–    de Universiteit Twente (Michiel Heldeweg);
–    en Wageningen University & Research centre  (Bernd van der Meulen).

Een kerngroep is in opbouw waarin ook wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, Tilburg University en de Erasmus Universiteit Rotterdam betrokken zijn, alsmede professionals van de Raad voor Accreditatie, het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de rechtspraktijk (m.n. de advocatuur). Contacten met professionals van conformiteitsbeoordelingsinstanties en het Nederlands-Normalisatie-Instituut zullen worden uitgebouwd. Ook promovendi en postdocs worden bij de focusgroep betrokken.